Werken met mondelinge geschiedenis: tips voor de leerkracht

Als leerkracht is het niet altijd eenvoudig om een project van dergelijke omvang uit te voeren. Bovendien vergt het inzamelen en verwerken van getuigenissen tijd en bijzondere aandacht. Bij onze lectuur hebben wij enkele elementen vastgesteld die u misschien kunnen helpen. Ook al kunnen er moeilijkheden opduiken, projecten met mondelinge geschiedenis bieden heel interessante mogelijkheden.

Belangrijkste kansen: plannen maken voor en deelnemen aan een ‘Eustory’-project biedt de leerling de mogelijkheid om:

  • Een volledig onderzoek uit te voeren, van A tot Z , van de keuze van het onderwerp en de getuige tot aan het originele eindresultaat.  
  • Transversale vaardigheden aan te wenden: communicatie, luisteren, creativiteit, empathie, initiatief, kritisch oordelen, samenwerken, … 
  • Zijn/haar kritische geest  te ontwikkelen ten opzichte van onze samenleving waar mondelinge getuigenissen voortdurend worden opgevoerd in de hele levensloop (reality-tv, …).
  • Een persoonlijk project uit te voeren dat toegankelijk is voor iedereen. 
  • Buiten zichzelf te treden, af te stappen van het eigen individuele standpunt (educatie tot burgerschap).
  • Een ontmoeting met een andere mens te hebben. Ruimte om te praten te creëren. Indien het om een naaste gaat, zijn/haar eigen verleden beter te leren kennen. Dit soort project kan de jongeren helpen bij hun identiteitsvorming.
  • Zijn/haar creativiteit te ontwikkelen door het kiezen van de uiteindelijke vorm van het werk.

Uitdagingen: 

Bij het begeleiden van de leerlingen tijdens een project van mondelinge geschiedenis kan de leerkracht moeilijkheden vrezen tijdens of na het gesprek:

Tijdens het gesprek:

  • De leerlingen moeten de juiste toon vinden: het is geen gesprek op café , geen politologisch betoog, … 
  • Als er maar één enkele getuige is: gebrek aan intellectuele nauwkeurigheid, een geïsoleerd standpunt? In dit verband zal fase 3 (het getuigenis in de context plaatsen) van essentieel belang zijn.  
  • Werken met materiaal dat sowieso subjectief is. 
  • Naast woorden kunnen de leerlingen emoties, dromen, motivaties, rechtvaardiging, waarden, overtuigingen, … noteren. Welke rol gaan zij toekennen aan die aspecten in hun werk?

Na het gesprek:

  • De leerlingen zullen proberen een subtiele vooringenomenheid of weglatingen in de getuigenissen te ontdekken en het belang of de relevantie van deze of gene informatie in twijfel trekken. In welke mate heeft het verhaal dat ze hebben gehoord een representatieve waarde?  Er bestaat geen pasklaar antwoord op die kritische vraag.
  • Zij zullen een enorme hoeveelheid informatie moeten sorteren en hun eigen verhaal vorm moeten geven door hun getuigenis in verband te brengen met de informatie over de context. 
  • Zij zullen de woorden van de getuige in vraag moeten durven stellen, hun kritische zin gebruiken. Zij moeten dus de ‘geloofwaardigheid a priori’ van de getuige overstijgen: “omdat ik het u zeg… ik ben er zeker van, ik was erbij” .

 

Tips voor de leerkracht:

Wij denken dat de tussenkomst van de leerkracht bijzonder belangrijk is op drie momenten in het proces:

  1. Vóór het interview, kan de leerkracht nagaan of de leerlingen een zicht hebben op het geheel van de feiten. Hebben zij de informatie in een meer algemeen kader geplaatst om kritisch te werk te gaan, open te staan voor vergelijking, dingen die zijn weggelaten, …?
  1. Als de gegevens verzameld zijn, kan de leerkracht de leerlingen helpen om persoonlijk en kritisch te werk te gaan bij het sorteren van de informatie en om de leerlingen te helpen de betrouwbaarheid van de gegevens die zij hebben geselecteerd te beoordelen.
     
  2. Het situeren van het/de ingezamelde getuigenis(sen) in hun historische context. Uit eerdere ervaringen weten wij dat deze fase verrijkend en complex is voor de leerlingen. Om deze overgang van het individuele naar het samenvattende werk te illustereren, stellen wij een voorbeeld voor.